aquavariaplusaquavariazwemabcsynchroonzwemmenwedstrijdzwemmen

Diploma Eisen

Karel Kikker Diploma A Zwemvaardigheid 1
Greet Goudvis Diploma B Zwemvaardigheid 2
Erica Eend Diploma C Zwemvaardigheid 3

Karel Kikker Toets

(alleen zwemkleding)

  • Vanaf de kant (vanaf een vlot) zelfstandig in het water springen.
  • Een paar tellen op de bodem zitten of liggen (heupdiep water).
  • Onder een drijvend voorwerp doorgaan (lijn, stok of hoepel).
  • 2 m. zelfstandig voortbewegen op de buik (hoofd in het water).
  • Drijven en dan zonder hulp draaien van buik naar rug en van rug naar buik.
  • 15 seconden drijven waarbij een ballon wordt vastgehouden.
Naar boven

Greet Goudvis Toets

met kleding: T-shirt, hemd, bloes met korte mouw, korte broek of rok tot aan knie

  • Voetsprong voorwaarts, helemaal onder water, onder lijn door duiken en zelfstandig (eventueel via trapje) uit water komen.
  • Sprong voorwaarts, onder water door poortje dat zich op 2 meter van de kant bevind.
  • Afzetten van de kant direct gevolgd door 8 meter schoolbeenslag, ½ draai om de lengte-as 8 meter, rugslag.
  • Afzetten in het water, 10 sec. uitdrijven op de borst, 5 meter spetter-borstcrawl (met de armen erbij), ½ draai om de lengte -as, 5 meter spetter-rugcrawl, 10 sec. drijven op rug.
  • Sprong naar keuze, 2x een draai om de lengte-as.
  • Wasknijpers op de bodem zoeken.
Naar boven

Erica Eend Toets

met kleding: T-shirt / hemd / bloes met lange mouw / korte broek (of jurk, rok) / schoenen

  • Voetsprong te water en helemaal onder gaan en een ½ draai maken, gevolgd door 10 seconden watertrappen met armen en benen, 1 baan schoolslag, hele draai om lengte-as, 1 baan enkelvoudige rugslag, zelfstandig, via de waterbank op kant klimmen.
  • Kopsprong (vanaf ligbank overzijde) onder poortje door op 3 m.
  • 2 banen schoolslag, 1 maal potloodje, 2 banen enkelvoudige rugslag.
  • 10 seconden drijven op buik, enkele meters schoolslag.
  • 10 seconden drijven op rug, enkele meters enkelvoudige rugslag.
  • 1 baan beginners borstcrawl.
  • 1 baan beginners rugcrawl.
  • 30 seconden watertrappen met armen en benen en eindigen met hele draai om lengte-as.
Naar boven

Diploma A

Dit is het eerste deel van het gehele pakket. Centraal staat het vrij en onbevreesd in het water kunnen zijn. Hier wordt de basis gelegd voor de zwemslagen.

De eisen:

1. Gekleed zwemmen

  • Van een startblok of 1 -meter springplank te water gaan met een voetsprong voorwaarts (helemaal onder water gaan), na het boven komen aansluitend
  • 15 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, gevolgd door
  • 12,5 meter schoolslag, onder een lijn door du6iken, 1/2 draai om de lengte-as en
  • 12,5 meter rugslag (armen mogen actief worden gebruikt), proef afronden met
  • zelfstandig (eventueel via trapje) uit het water op de kant klimmen.

2. In zwemkleding

  • Van de kant of startblok te water gaan met een sprong (een kopsprong heeft de voorkeur), direct gevolgd door (zonder boven te komen)
  • onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 3 meter van de (start-)kant bevindt, na het boven komen, aansluitend
  • 50 meter schoolslag, proef afmaken met
  • 50 meter enkelvoudige rugslag (armen passief).

3. Overige opdrachten (in zwemkleding)

  • Naar keuze te water gaan van de kant met kopsprong of in het water afzetten van de wand, direct gevolgd door 10 seconden uitdrijven op de borst, aansluitend enkele meters schoolslag, waarna 5 seconden drijven op de borst, waarna enkele meters schoolslag.
  • Afzetten van de wand en 10 seconden uitdrijven op de rug, waarna enkele meters enkelvoudige rugslag, daarna 10 seconden drijven op de rug, proef afmaken met enkele meters enkelvoudige rugslag.
  • Van de kant of startblok te water gaan met een sprong (een kopsprong heeft de voorkeur), aansluitend 8 meter beginners-borstcrawl.
  • In het water, afzetten van de wand, aansluitend 8 meter beginners-rugcrawl.
  • Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, gevolgd door 60 Seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, waarin tevens 2 keer, al watertrappend, een hele draai om de lengte-as voor komt.
Naar boven

Diploma B

In deel B worden de beginnende vaardigheden verder ontwikkeld en de conditie verbeterd.

De eisen:

1. Gekleed zwemmen

  • Van een startblok of 1-meter springplank te water gaan met een voetsprong voorwaarts (helemaal onder water gaan), onder water (minimaal) een halve draai om de lengte-as maken, na het boven komen, aansluitend
  • 30 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen, gevolgd door
  • 25 meter schoolslag, onderbroken door 1 keer onder een vlot door zwemmen en 1 keer hele draai om de lengte-as en
  • 25 meter enkelvoudige rugslag (armen mogen actief worden gebruikt), proef afronden met
  • bij voorkeur zelfstandig (niet via trapje) uit het water op de kant klimmen.

2. In zwemkleding

  • Van de kant of startblok te water gaan met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven te komen)
  • onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 6 meter van de (start-)kant bevindt, na het boven komen, aansluitend
  • 75 meter schoolslag, onderbroken door 3 keer voetwaarts richting de bodem te zakken met gestrekte armen boven het hoofd, tot de vingertoppen onder water zijn, proef afmaken met
  • 75 meter enkelvoudige rugslag (armen passief).

3. Overige opdrachten (in zwemkleding)

  • Naar keuze te water gaan van de kant met kopsprong of in het water afzetten van de wand, direct gevolgd door 10 seconden uitdrijven op de borst, aansluitend enkele meters schoolslag, waarna 7 seconden drijven op de borst, waarna enkele meters schoolslag,
  • Afzetten van de wand en 10 seconden uitdrijven op de rug, waarna Enkele meters enkelvoudige rugslag, daarna 15 seconden drijven op de rug, proef afmaken met enkele meters enkelvoudige rugslag.
  • Van de kant of startblok te water gaan met een kopsprong, aansluitend 10 meter borstcrawl.
  • In het water, afzetten van de wand, aansluitend 10 meter rugcrawl.
  • Van de kant te water gaan met een sprong naar keuze, gevolgd door 30 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen,aansluitend 30 seconden watertrappen met de benen, armen passief (in de zij).
Naar boven

Diploma C

Met dit deel, waarin opnieuw wordt voortgeborduurd op de aangeleerde vaardigheden wordt het zwem-ABC afgesloten.

De eisen:

1. Gekleed zwemmen

  • Van de kant of van een startblok te water gaan met een rol voorover (uitgangshouding vrij), aansluitend
  • 30 seconden watertrappen met gebruik van armen en benen en 30 seconden blijven drijven (HELP-houding) met gebruik van hulpmiddel (bal of lesplank), gevolgd door
  • 50 meter schoolslag, onderbroken door 1 keer onder een vlot door zwemmen en 1 keer over een vlot heen klimmen en
  • 50 meter enkelvoudige rugslag (armen mogen actief worden gebruikt), proef afmaken door
  • bij voorkeur zelfstandig uit het water (niet via trapje) op de kant klimmen.

2. In zwemkleding

  • Van de kant of startblok te water gaan met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven te komen)
  • onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt, na het boven komen, aansluitend
  • 125 meter schoolslag, onderbroken door 2 keer een koprol voorover en 2 keer hoofdwaarts recht naar beneden richting de bodem duiken, met de benen gestrekt naar boven, tot de benen helemaal onder water zijn, proef afmaken met
  • 100 meter enkelvoudige rugslag (armen passief).

3. Overige opdrachten (in zwemkleding)

  • Naar keuze te water gaan van de kant met kopsprong of in het water afzetten van de kant, direct gevolgd door 10 seconden uitdrijven op de borst, aansluitend enkele meters schoolslag, waarna 10 seconden drijven op de borst, waarna enkele meters schoolslag.
  • Afzetten van de wand en 10 seconden uitdrijven op de rug, waarna enkele meters enkelvoudige rugslag, daarna 20 seconden drijven op de rug, aansluitend enkele meters enkelvoudige rugslag, gevolgd door 5 meter wrikken in de richting van het hoofd, proef afmaken met enkele slagen enkelvoudige rugslag.
  • Van de kant of startblok te water gaan met een kopsprong (startsprong heeft de voorkeur), aansluitend 15 meter borstcrawl.
  • In het water, afzetten van de wand, aansluitend 15 meter rugcrawl. De proeven 5 en 6 mogen worden gekoppeld.
  • Van de kant te water gaan met een hurksprong, gevolgd door 30 seconden watertrappen met verplaatsen in meerdere richtingen, met gebruik van armen en benen, en 30 seconden (verticaal) blijven drijven met gebruik van armen (benen passief).
Naar boven

Zwemvaardigheid 1

Gekleed zwemmen

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met sprong naar keuze (helemaal onder water gaan); na het boven komen aansluitend
  • al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven, aansluitend
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven te komen)
  • onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-) kant bevindt; vervolgens schoolslag tot 25 meter, daarna
  • 50 meter enkelvoudige rugslag, 2 keer onderbroken door een koprol achterover
  • 50 meter schoolslag, 2 keer onderbroken door:
  • onder een vlot in de lengte (minimaal 1,5 meter) door zwemmen
  • vervolgens erop klimmen en aan de tegenoverliggende kant eraf gaan;
  • wederom onder het vlot door zwemmen
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Tweetallen. Een deelnemer die in het water ligt met behulp van een flexibeam of lesplankje naar de kant trekken.

In badkleding

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 150 meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een correct keerpunt wordt gemaakt (met beide handen aantikken, afzetten met beide voeten, in borstligging).
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 25 meter samengestelde rugslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 25 meter borstcrawl.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), met wedstrijdstart, gevolgd door 25 meter rugcrawl.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 8 meter (beginners)vlinderslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna het aantikken van drie pilonnen, die op een onderlinge afstand van 2 meter minimaal 2 meter onder het wateroppervlak zijn opgesteld.
  • In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd, proef afronden met een gehurkte draai (360°).
  • In het water, tweetallen, 4 x de bal werpen.
  • Starten in het water, 10 meter polocrawl zwemmen
  • 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen
Naar boven

Zwemvaardigheid 2

Gekleed Zwemmen

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong voorwaarts (helemaal onder water gaan); na het boven water komen aansluitend
  • al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 1 minuut blijven drijven; aansluitend
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven water te komen)
  • onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt, waarna (zonder boven water te komen) een pilon op 12 meter (van de startkant) wordt aangetikt; vervolgens schoolslag tot 25 meter; daarna
  • 50 meter enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken door een koprol voorover en een koprol achterover, daarna
  • 50 meter schoolslag, waarbij 1 keer het volgende onderdeel wordt uitgevoerd met tweetallen:
    deelnemer A en B zwemmen naar elkaar toe, deelnemer A legt de handen op de schouders van deelnemer B en duwt deze even onder water terwijl hij/zij er overheen zwemt. Deelnemer B zwemt onder deelnemer A door;
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Tweetallen. Vanaf de kant met een hurksprong te water gaan met een flexibeam of lesplankje in de hand, vervolgens de kant vastpakken, flexibeam of lesplankje laten vastpakken door de deelnemer die in het water ligt en deze naar de kant trekken.

In badkleding

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 175 meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een correct keerpunt wordt gemaakt.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 50 meter samengestelde rugslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 50 meter borstcrawl.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 50 meter rugcrawl.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 10 meter vlinderslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna onder water door 2 staande hoepels zwemmen die op een onderlinge afstand van 2 meter minimaal 1,5 meter onder het wateroppervlak zijn opgesteld.
  • In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van de voeten; proef afronden met een gehurkte draai (360°) rechtsom, uitstrekken en aansluitend een draai (360°) linksom.
  • In het water, met tweetallen, 4 x de bal werpen.
  • Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal met de polocrawl.
  • 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, op signaal 3 keer omhoog komen.
Naar boven

Zwemvaardigheid 3

Gekleed Zwemmen

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong voorwaarts, (helemaal onder water gaan); na het boven komen aansluitend
  • al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven, daarna onder water gaan, de plastic zak legen, weer boven komen en opnieuw met lucht vullen en 30 seconden drijven,
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong direct gevolgd door (zonder boven te komen)
  • onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start- )kant bevindt, waarna (zonder boven te komen) een pi1on op 15 meter wordt aangetikt; vervolgens schoolslag tot 25 meter, daarna
  • 50 meter enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken door twee koprollen voorover en twee koprollen achterover; daarna
  • 50 meter schoolslag, onderbroken door:
  • een hoekduik, onder water door een poortje heen, een halve draai om de lengte-as maken naar rugligging en zo boven komen,
  • proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
  • Tweetallen. Vanaf de kant met een hurksprong te water gaan met een flexibeam of lesplankje in de hand, flexibeam of lesplankje laten vastpakken door de deelnemer die minimaal 10 meter vanaf de kant in het water ligt en deze 10 meter in rugligging naar de kant trekken.

In badkleding

  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 200 meter schoolslag, waarbij minimaal 3 keer een correct keerpunt wordt gemaakt.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 75 meter samengestelde rugslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 75 meter borstcrawl, waarbij minimaal1 tuimelkeerpunt wordt gemaakt.
  • Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), met wedstrijdstart, gevolgd door 75 meter rugcrawl, waarbij minimaal 1 keerpunt wordt gemaakt.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 15 meter vlinderslag.
  • Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna onder water een hoepel van de bodem optillen (deze bevindt zich horizontaal op de bodem, minimaal 2 meter diep), er doorheen gaan (uitvoering vrij) en vervolgens weer boven komen.
  • In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd, aansluitend een salto achterover gehurkt.
  • Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal met de polocrawl, met z'n tweeën naast elkaar, de bal twee keer naar elkaar overspelen.
  • 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, waarbij de bal minimaal 3 keer wordt overgegeven van de ene naar de andere hand, ruim boven het wateroppervlak.
Naar boven
© Watervrienden Zevenaar 2012